Doorgaan naar hoofdcontent

Een klas vol statistiek


Met mijn LAB2-petje op kijk ik mijn stagegroep 7 rond. Met mijn ogen open, ditmaal (zie blogpost 1). Ik zie een meisje met een hoofddoek, een dikke jongen, een heel lang meisje. Ik zie blond haar, donkere krullen en een veelheid aan huidskleuren, nationaliteiten, culturen. Ik zie een jongen die niet stil lijkt te kunnen blijven zitten, een meisje dat zich het liefst onder haar tafel lijkt te willen verstoppen en een meisje dat erg aanwezig is en de les verstoort met haar gedrag. Ik zie twee leerlingen waarvan ik weet dat de ouders pas gescheiden zijn, drie leerlingen die met hun ouders een paar jaar geleden uit Syrië zijn gevlucht en een jongen waarvan de vader overleden is. Ik zie een meisje dat al een keer is blijven zitten en nu in groep 7 een aangepaste leerlijn heeft voor groep 4, maar volgens alle tabelletjes toch niet in aanmerking komt voor een plekje met extra begeleiding. Ik zie een leerling van ouders die weigeren Nederlands te leren spreken, een leerling die me net verteld heeft dat ze in het weekend naar het Rijksmuseum is geweest en een leerling die een ASS-diagnose heeft. Ik zie kinderen met een, twee of drie sterren bij hun naam bij verschillende vakgebieden, die hun niveau aangeven.

Deze observaties daargelaten blijkt uit onderzoek dat al deze kinderen mogelijk al vertrekken vanuit een achterstand, puur omdat ze op een Urban School zitten in een grote(re) stad met een grote-stadspopulatie (Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding, 2016).  Op Urban schools vind je relatief veel leerlingen met een zwak linguïstisch, cultureel en economisch kapitaal wat invloed heeft op zowel de groepsdynamiek als de leeropbrengsten (“Bourdieu’s theorie van sociaal en cultureel kapitaal”, 2011). Ik zie een groep leerlingen die allemaal een andere hand kaarten is toebedeeld, leerlingen waarvan hun kans op succes door onderzoekers al in tabelletjes in ingedeeld zonder dat ze nog maar een stap over de drempel van het klaslokaal hebben gezet.

Ik zie een klas vol statistiek. Om verdrietig van te worden.



In LAB3 hebben we geleerd om als leerkrachten te werken met diversiteit. Wat heeft deze leerling, van deze ouders, in deze groep, bij deze leerkracht nodig? Daarbij keken we – na het evalueren van het lesaanbod, klassenmanagement en leerkrachtfunctioneren - vooral naar karakter, werkhouding en leerresultaten. Daar namen we dan de persoonlijke situatie in mee – de stimulerende én de belemmerende factoren. Voor leerkrachten lijkt me dit een uitstekend uitgangspunt. Denken in mogelijkheden in plaats van belemmeringen. Daarbij vind ik wel dat scholen meer zouden moeten doen en meer tijd zouden moeten hebben om de leerlingen zoveel mogelijk zelf al die statistieken te laten ontstijgen. Ik pleit al een aantal jaren voor lessen geluk. Hoe kun je weten welke keuzes je moet maken in je (persoonlijke) leven als je niet weet wie je bent en wat de mogelijkheden zijn? Dit uitgangspunt zie ik zowel terug in mijn ouderschap als binnen mijn coaching aan jongeren, met mooie resultaten. En juist dit vind ik terug in de LAB2-avond van dinsdag 25 februari, binnen de pijler identiteit van het nieuwe leergebied ‘burgerschap’ uit het nieuwe curriculum dat in ontwikkeling is. Ik zet de verdrietige statistieken weer aan de kant, doe mijn ogen weer even dicht en zie mijn klas weer sprankelen van kleur, energie en potentie.





(Gebruikte) bronnen:

Bourdieu’s theorie van sociaal en cultureel kapitaal. (2011, 21 augustus). Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal-cultureel/80620-bourdieus-theorie-van-sociaal-en-cultureel-kapitaal.html

Conradi, R. (2017, 17 januari). Burgerschapsonderwijs in het po en vo: Wat werkt? Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://www.onderwijsvanmorgen.nl/burgerschapsonderwijs-po-en-vo-werkt/

Curriculum.nu. (2019). Burgerschap – Curriculum.nu. Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://www.curriculum.nu/voorstellen/burgerschap/

Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding. (2016, 25 januari). Urban Education. Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://www.hva.nl/kc-onderwijs-opvoeding/gedeelde-content/onderzoeksprogrammas/urban-education/urban-education.html

Kohnstamminstituut. (z.d.). Het Kohnstamminstituut is gespecialiseerd in opdrachtenonerzoek en opereert zelfstandig op de markt van onderzoeksprojecten. Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://kohnstamminstituut.nl/onderzoek/

UNESCO. (2019). UNESCO and Sustainable Development Goals. Geraadpleegd op 27 februari 2020, van https://en.unesco.org/sustainabledevelopmentgoals




Reacties

Diana zei…
Wat maak je een mooie link van je eerste blog naar je tweede. Dan schrijf je over wat je ziet in je klas, zonder oordeel, alleen de feiten. Met emotie heb ik het filmpje bekeken, want ook dit zijn de feiten. Dat wij als leerkracht het verschil kunnen maken is zeker, maar we kunnen dit niet alleen. Dat leerlingen ook leren omgaan met hun statistieken lijkt mij een heel belangrijk en mooi punt. Want zij kunnen voor zichzelf eruit halen wat erin zit. Maar ook dan hebben ze nog steeds een inspirerende omgeving nodig.
https://wij-leren.nl/intrinsieke-motivatie-tips-jongeren.php
Sjarina zei…
Mooi geschreven, vooral dat je aangeeft dat belemmering ook een kans kan zijn die je kunt aangrijpen. Hoewel het negatief klinkt belemmerende factoren is het voor de leerkracht een extra indicatie om op voorhand en sneller bepaalde middelen in te zetten die nodig zijn. Maar het moet natuurlijk geen negatieve stempel zijn voor een leerling.

Helaas leven we ontzettend in hokjes cultuur, voor iedereen is er een hokje beschikbaar en die wordt snel toegekend door vooroordeel. Het is ontzettend belangrijk als leerkracht dit niet mee te nemen naar de klas en elke leerling gelijken kansen te bieden zonder vooroordeel.

Dit vond ik een mooi artikel over het labelen van kinderen.

http://www.100jaarorthopedagogiek.nl/100jaarPDF/PDF/paid/022008Pameijer.pdf
Juf Wen zei…
Wat een mooi blog. Je schrijft zonder een oordeel te geven en je verteld over de kansen ipv de belemmeringen. We leren nu in onze studie dat te doen, maar op de werkvloer kom je dit niet altijd tegen. Wat doet dit met het zelfvertrouwen van een leerlingen. Alleen al door het anders te benoemen kan je zo veel meer betekenen van een kind.
Ik zie het bij mijn eigen dochter. Tijdens een rapport gesprek werd verteld dat ze haar avi niveau niet gehaald heb. Nee ze loopt al sinds groep 3 een half jaar achter, maar ze vertellen niet dat ze wel een avi niveau omhoog is gegaan. Haar leerlijn loopt alleen anders dan de rest. Gemiste kans, weg motivatie.
https://www.youtube.com/watch?v=hzVrR5gvelM

Populaire posts van deze blog

Kijken met je ogen dicht

Voor het eerst sinds ik de opleiding begon ben ik boos. Heel boos. Zo boos, dat ik zeker tien minuten lang niks meer hoor van wat er in het college nu eigenlijk allemaal gezegd wordt en ik briesend naar de achterste banken van het lokaal verdwijn. Ik erger me aan de heftigheid van mijn eigen emotie. Waar komt dit nu opeens vandaan? Als eerste groep van een opleiding die nog zijn vorm moet vinden lopen we vanzelfsprekend met zijn allen tegen dingen aan die niet in een keer goed gaan. Soms zijn het kleine foutjes of ergernisjes, soms heeft het iets meer voeten in de aarde, maar het wordt, in ieder geval in mijn geval, altijd uiteindelijk opgelost. Dus, waarom raakt dit me ineens zo? Pas thuis, van me af pratend, krijg ik het puzzeltje compleet. Het heeft niks te maken met het onderwerp van mijn boosheid, het heeft te maken met begrepen worden. Gezien worden. Gehoord worden. Twee keer op een avond werd de kern van wat ik wilde zeggen niet opgepikt aan de andere kant van de lijn e...